|
Slecht management
draagt bij aan depressie (okt. 2007)
Gebrek aan steun
van managers draagt in belangrijke mate bij aan het ontwikkelen van
werkstress. Werknemers die toch al moeite hebben met de werkdruk hebben
hierdoor een verhoogde kans op een depressie.
Dit blijkt
uit Canadees onderzoek onder 24.000 werknemers.
Vijf procent van de werknemers blijkt in het afgelopen jaar een
depressie te hebben gehad. Werknemers die veel werkstress hebben
blijken het meeste risico te lopen om een depressie te krijgen. Het
onderzoek bevestigt het gevaar van veel werkstress: het kan leiden tot
allerlei gezondheidsklachten als hoge bloeddruk, hartkwalen en
depressie. Nu blijkt bovendien dat het gebrek aan steun van managers
in belangrijke mate bijdraagt aan werkstress.
De
onderzoekers erkennen dat het voor managers moeilijk is om een
onderscheid te maken tussen stress uit een privé situatie en
werkgerelateerde stress. Niettemin roepen ze op tot een betere
preventie van mogelijke depressiviteit, om verzuim zoveel mogelijk
tegen te gaan. Uit het onderzoek is gebleken dat werknemers die op het
werk begeleiding kregen tijdens de behandeling van een depressie
sneller herstellen en bovendien productiever zijn.
Gerelateerd nieuws
Horen
doe je met je ogen
Een bril helpt niet alleen om beter te zien, maar ook om beter te horen.
Daar kwamen psychologen van het Londense Birbeck College achter. Het
blijkt dat we tijdens het luisteren veel meer liplezen dan we denken.
Volgens het Australische Nature & Health (oktober/november 2004) ‘horen’
we voor een groot deel met onze ogen. Goed kijken dus, als iemand iets
belangrijks zegt.
De Coach in
cijfers
Van alle P&O-afdelingen heeft 86% in de afgelopen drie jaar
gebruikgemaakt van coaching. Alleen opleidingen, trainingen en cursussen
zijn nóg populairder als instrument van de human resource-afdeling.
Dit
blijkt uit een onderzoek onder vijfhonderd organisaties met meer dan vijftig
medewerkers. Personeelsmanagers passen coaching niet alleen graag toe, 70%
vindt het ook een zeer effectief instrument.
Dat betekent niet dat iedere medewerker in de afgelopen drie jaar een coach
aan zijn bureau heeft gehad. Gemiddeld krijgt 2% van de medewerkers een
coachingtraject aangeboden, bij grote bedrijven is dat meer, bij kleine
minder. Een populairder middel is een training 'coachend leiderschap' voor
het zittende management.
In tegenstelling tot wat wel gedacht wordt, is coaching niet voorbehouden
aan de top van het bedrijf. Het middenmanagement krijgt zelfs vaker (74%)
een coach aangeboden dan het hogere management (33%).
Dit is best te verklaren. Leidinggevenden in de middenlaag zitten in een
sandwichpositie. Ze moeten zowel de laag boven als onder zich tevreden
houden. Daar kun je wel wat hulp bij gebruiken. Bij 49% van de bedrijven
krijgen ook 'gewone’ medewerkers coaching.
Opvallend is dat de managers van de personeelsafdeling een grotere waarde
toekennen aan coaching dan de leiding van andere afdelingen. Zou dat komen
doordat HR-afdelingen met coaching eindelijk een snel, flexibel toepasbaar
middel in handen hebben waarmee ze gericht kunnen sturen?
Een minderheid van 40% van de ondervraagden verwacht dat de behoefte aan
coaching in de toekomst zal toenemen.
De
voornaamste resultaatgebieden
|
|
Genoemd
in totaal
% |
Genoemd
in de top-5
% |
|
Ontwikkeling ondersteunen |
94 |
71 |
|
Prestaties verbeteren |
95 |
65 |
|
Initiatief, creativiteit versterken |
77 |
45 |
|
Samenwerking verbeteren |
88 |
50 |
|
Medewerkers flexibeler maken |
76 |
38 |
|
Individuele problemen oplossen |
84 |
33 |
|
Motivatie vergroten |
84 |
32 |
|
Zelfstandigheid stimuleren |
82 |
34 |
|
Ziekteverzuim verlagen |
62 |
31 |
|
Nieuwe managers ontwikkelen |
56 |
19 |
|
Kostenbewustzijn stimuleren |
55 |
18 |
TNS NIPO
2004.
Stress maakt depressief
Dat stress in
de jeugd op latere leeftijd depressie kan veroorzaken, werd al een
tijdje vermoed. Biologe Els van Riel van de Universiteit van Amsterdam
heeft nu direct in de hersenen van ratjes gekeken naar wat er verandert
na een stressvolle periode op jonge leeftijd en na een periode van
chronische stress op volwassen leeftijd.
Zij haalde drie dagen oude diertjes voor een etmaal weg bij hun moeder
en stelde de ratten bloot aan onvoorspelbare stress gedurende 21 dagen.
Daarna bestudeerde zij de hersenene van de dieren. Van Rielvoegde het "gelukshormoon"
Serotonine toe aan een plakje van de Hippocampus, een gedeelte van de
hersenen met zowel receptoren voor Serotonine als voor het stresshormoon
Corticosteron. Ze ontdekte dat de cellen van de "stressdieren" minder
gevoeliog warenb geworden voor Serotonine. Die ontdekking kan grote
gevolgen hebben voor de ontwikkeling van anti-depressiva. Van Riel: "De
huidige antidepressivaverhogen allemaal het Serotoninegehalte in de
hersenen. Als de hersenencellen door stress daar minder minder gevoelig
voor zijn, hebben deze middlelen misschien niet zoveel effect. Het zou
beter kunnen zijn een antistresshormoonmiddel te gebruiken in de strijd
tegen depressie. De eerste onderzoeken naar het effect van zulke
middelen zijn heel positief. Bovndien is vaak al binnen een week
duidelijk of het werkt, terwijl dat met normale antidepressiva minstens
zes weken duurt.
Proefschrift Universiteit van Amsterdam, mei 2004.
Missers? Nooit de schuld van de baas!
Manager: gladde praatjesmakers die zichzelf reuze belangrijk vinden,
maar nooit verantwoordelijk zijn als er eens iets mis gaat. Voor dit (voor)oordeel
is nu wetenschappelijke ondersteuning gevonden. Duitse onderzoekers
vroegen aan 120 leidinggevenden om te denken aan situaties in het
verleden waarin één van hun ondergeschikten niet zo goed presteerde, en
te bedenken hoe het toen beter had gekund. Ook moesten ze manieren
verzinnen om hem beter te laten presteren in de toekomst.
Uit de
antwoorden kwam telkens hetzelfde patroon naar voren. Wanneer
leidinggevenden de slechte beurten van hun werknemers in het verleden
beschreven, dan gaven ze zichzelf een kleine rol in het geheel. Vooral
de werknemer zelf en de organisatie hadden er iets aan kunnen doen. Maar
wanneer ze nadachten over hoe deze slechte prestatie in de toekomst
verbetert kon worden, zagen ze zichzelf als dé aangewezen persoon om
verbeteringen te bewerkstelligen, en niet de werknemer of de organisatie.
Met andere
woorden: de manager vindt zichzelf uitermate geschikt om zijn personeel
tot betere prestaties te brengen - maar voor slechte prestaties in het
verleden is hij natuurlijk niet verantwoordelijk.
Journal of Applied Phychology, april 2004
|